Circulair ondernemen in 2025: 5 inzichten uit 1.049 bedrijven
Hoe circulair is het Nederlandse bedrijfsleven? Elk jaar brengt de Staat van Circulair Ondernemen het antwoord in kaart, op basis van de Circulaire Volwassenheidsmeting (CVM).
De editie van 2026 is gebaseerd op 1.049 invullingen (waarvan 538 uit 2025 en januari 2026). In samenwerking met Hogeschool Utrecht en Technische Universiteit Eindhoven.
TLDR:
De circulaire volwassenheid van Nederlandse organisaties steeg in 2025 naar 2,86 op 5 (+3%). Strategie groeit, uitvoering hapert. Kostenbesparing en marktkansen worden de belangrijkste drijfveren. En ketensamenwerking staat voor het eerst licht onder druk. Vijf inzichten uit de Circulaire Volwassenheidsmeting, op basis van 1.049 organisaties.
Het brede MKB benadert circulariteit zelden als losstaande duurzaamheidsopgave. Ondernemers kijken primair naar businesscases, regelgeving en grondstoffenzekerheid. Wisselend rijksbeleid leidt tot uitgestelde investeringsbeslissingen.
De vijf belangrijkste inzichten
1. Circulaire volwassenheid stijgt, maar langzaam
De gemiddelde score: 2,86 op een schaal van 5. Dat is +3% ten opzichte van 2024, toen het 2,77 was.
Klinkt als vooruitgang. En dat is het ook. Maar het tempo is laag. Bij deze snelheid duurt het nog decennia voordat Nederlandse organisaties gemiddeld boven de 4 scoren (het niveau waarop circulariteit echt in de bedrijfsvoering is verankerd).
De CVM meet op tien thema’s. Hier zijn de scores per thema in 2025, met de verandering ten opzichte van 2024:
| Thema | Score 2025 | Score 2024 | Verandering |
|---|---|---|---|
| Leiderschap & Cultuur | 3,12 | 3,09 | +0,9% |
| Product & Dienst | 3,02 | 2,78 | +8,6% |
| Ketensamenwerking | 2,98 | 3,00 | −0,7% |
| Strategie | 2,92 | 2,68 | +8,9% |
| Interne Bedrijfsvoering | 2,85 | 2,79 | +2,1% |
| Communicatie | 2,82 | 2,85 | −1,1% |
| Innovatie & Technologie | 2,82 | 2,71 | +4,1% |
| Business Model | 2,81 | 2,63 | +6,8% |
| Vaardigheden | 2,71 | 2,69 | +0,7% |
| Milieu Impact Data | 2,53 | 2,46 | +2,8% |
Bron: Staat van Circulair Ondernemen 2026. Scores op een schaal van 0 tot 5.
Wat opvalt: de hoogste absolute score (3,12) zit bij Leiderschap & Cultuur. De laagste (2,53) bij Milieu Impact Data. Bedrijven voelen het belang van circulariteit, maar meten de impact ervan nauwelijks.
En de twee thema’s die dáálden (ketensamenwerking en communicatie) zijn precies de thema’s die je nodig hebt om van individuele ambitie naar collectieve actie te komen. Daar komen we bij inzicht 5 op terug.
2. Economische urgentie vervangt intrinsieke motivatie
Dit is de opvallendste verschuiving in de data.
De top 3 drijfveren in 2025:
- Interne overtuiging en missie (15,9%)
- Kostenbesparing en efficiënter grondstofgebruik (12,6%)
- Verbeteren van duurzaam imago en reputatie (12,6%)
Interne overtuiging staat nog steeds bovenaan. Maar de beweging zit elders. De verschuivingen ten opzichte van 2024:
- Kostenbesparing en efficiënter grondstofgebruik: +52%
- Nieuwe marktkansen en concurrentievoordeel: +60%
- Verbeteren van duurzaam imago en reputatie: +17%
- Interne overtuiging en missie: -5,9%
Dat vertelt een helder verhaal. Bedrijven stappen steeds vaker in vanuit economische logica: grondstofschaarste, leveringszekerheid, kostendruk. Minder vanuit idealisme. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat noemt het circulair maken van Nederland inmiddels “een economische no brainer.”
En er zit een verschil per bedrijfsgrootte. Grotere organisaties worden vaker gedreven door wet- en regelgeving. Kleinere organisaties handelen vaker vanuit intrinsieke motivatie. Kostenbesparing speelt voor beide een rol, ongeacht de omvang.
Wat betekent dit? Economische drijfveren zijn stabieler dan persoonlijke overtuiging. Ze zijn minder afhankelijk van individuele champions binnen een organisatie. Dat maakt de beweging robuuster. Maar het maakt ketensamenwerking ook lastiger (zie inzicht 5).
3. Strategie groeit, uitvoering hapert
Strategie is het thema met de sterkste groei: van 2,68 naar 2,92 (+8,9%). Ruim 80% van de ondervraagden geeft aan dat circulariteit op de strategische agenda staat.
Maar onder die score zit een ongemakkelijke kloof.
Op drie specifieke vragen scoren organisaties structureel láger dan hun gemiddelde volwassenheidsniveau:
- “Onze organisatie beschikt over een implementatieplan voor circulariteit”
- “Onze organisatie beschikt over meetbare doelstellingen op circulariteit”
- “In onze organisatie zijn circulaire verdienmodellen de standaard geworden”
De visie is er. De praktijk nog niet.
Dat is deels een kwestie van tijd: implementatie volgt na strategievorming. Maar het is ook een systeemvraagstuk. Visie formuleren is grotendeels intern beïnvloedbaar. Implementatie en verdienmodellen hangen af van externe condities: beleidskaders, marktmechanismen, ketensamenwerking.
Pascal van Dam (transitieregisseur Circulair Zuid-Holland, Provincie Zuid-Holland) bevestigt dit: het brede MKB benadert circulariteit zelden als losstaande duurzaamheidsopgave. Ondernemers kijken primair naar businesscases, regelgeving en grondstoffenzekerheid. Wisselend rijksbeleid leidt tot uitgestelde investeringsbeslissingen.
4. Materialen worden slimmer ingezet, maar omzet blijft achter
Product & Dienst is het thema met de op een na sterkste groei: van 2,78 naar 3,02 (+8,6%). Dat is goed nieuws. Bedrijven zijn concreet bezig met circulaire productontwikkeling.
Waar organisaties boven gemiddeld scoren:
- Actie om producten slimmer te gebruiken en te maken
- Actie om de levensduur van producten en onderdelen te verlengen
- Actie om materialen aan het einde van de levensduur nuttig toe te passen
Waar ze onder gemiddeld scoren:
- “Onze omzet uit circulaire producten/dienstverlening is de afgelopen jaren gegroeid”
Bedrijven doen circulaire dingen. Maar ze verdienen er (nog) onvoldoende aan. De omzetpotentie van circulariteit wordt nog niet benut. En zolang circulaire omzet achterblijft, blijft de businesscase fragiel.
Onderzoek van BCG bevestigt dat circulaire businessmodellen bijdragen aan omzetgroei: ze bereiken nieuwe klantgroepen en klanten die circulair kopen keren vaker terug voor services als reparatie. Maar gedragsverandering bij consumenten blijft een uitdaging. Circulariteit is zelden de primaire reden om een product aan te schaffen.
Dat betekent: circulaire producten moeten minstens zo goed zijn als het lineaire alternatief. Liefst beter. De circulaire propositie moet werken op prijs, kwaliteit en gebruikservaring. Pas dan wordt circulariteit een verdienmodel in plaats van een kostenpost.
5. Ketensamenwerking staat voor het eerst onder druk
Dit is het meest opvallende datapunt. Ketensamenwerking daalde licht: van 3,00 naar 2,98 (-0,7%). Communicatie daalde ook: van 2,85 naar 2,82 (-1,1%).
Kleine dalingen. Maar in een jaar waarin alles stijgt, vallen ze op.
De mogelijke verklaring is interessant. De toenemende belangstelling voor circulariteit vanuit commercieel perspectief kan een concurrerende bril meebrengen. Bedrijven willen groeien in circulaire businessmodellen, maar ten koste van hun concurrent. Terwijl ketensamenwerking vaak essentieel is om een circulair businessmodel überhaupt werkbaar te maken.
Er is een verschil tussen first movers en early adopters. Er ontstaan concurrerende modellen in de markt (een gezond teken van een volwassener wordende markt). Maar door het toenemende commerciële perspectief staat samenwerking licht onder druk.
Tegelijkertijd laten samenwerkingen als Circulair Friesland, Circulair West en Circulair Utrecht zien dat het wél kan. Er wordt gezamenlijk geleerd en ontwikkeld, soms zelfs met directe concurrenten. Omdat systeemverandering afhankelijk is van collectieve actie.
De barrières: waar het vastloopt
De top 5 barrières in 2025, met verschuivingen:
Twee verschuivingen springen eruit.
Gebrek aan kennis stijgt fors (+7,4%). Bedrijven willen aan de slag, maar weten onvoldoende hoe. Dit raakt aan opleidingen, trainingsaanbod, en de beschikbaarheid van circulaire expertise.
Weinig vraag van klanten daalt fors (-17,8%). De marktvraag groeit. Maar bedrijven weten er nog onvoldoende op in te spelen (zie inzicht 4: omzet blijft achter).
En dan is er het ondersteuningslandschap. Van de ruim 4.300 circulair innovatieve bedrijven in Nederland heeft ongeveer een derde geen aansluiting bij innovatie-ecosystemen. Dat zijn vrijwel uitsluitend kleinere organisaties (gemiddeld 15 fte, tegenover 99 fte bij aangesloten organisaties). Er zijn 140 afzonderlijke CE-initiatieven geïdentificeerd, die gezamenlijk ruim 9.600 organisaties bereiken. Maar het gemiddelde bereik per initiatief blijft beperkt. De versnippering zorgt ervoor dat programma’s zelden voldoende schaal bereiken.
Regionale verschillen
Circulaire volwassenheid verschilt per regio. Circulaire initiatieven zijn vooral geconcentreerd in stedelijke gebieden, met name rondom de Randstad en economische hotspots als Eindhoven en Groningen. De verdeling is nog niet gelijkmatig, met een focus rond economische centra en bestaande circulaire netwerken.
Dat benadrukt de invloed van bestaande structuren en samenwerkingsverbanden op de ontwikkeling van circulair ondernemerschap. En het onderstreept de rol van regio’s als motor van de transitie.
Wat dit betekent voor jouw organisatie
De data wijst in één richting: de bedrijven die het best presteren op circulariteit zijn de bedrijven die het vertalen naar concrete plannen, meetbare doelen en circulaire omzet. Strategie is een voorwaarde, maar het verschil zit in de uitvoering.
Drie vragen om jezelf te stellen:
- Staat circulariteit op je strategische agenda? En zo ja: heb je een implementatieplan met meetbare doelen?
- Weet je waar in je organisatie de meeste materiaalwaarde verloren gaat? En gebruik je data om daarop te sturen?
- Verdien je al aan circulaire producten of diensten? Of is het nog een kostenpost?
Meet je eigen circulaire volwassenheid
De Circulaire Volwassenheidsmeting geeft je in 10 minuten antwoord op deze vragen. Je krijgt een score op een schaal van 0 tot 5, per thema, met benchmarking tegen meer dan 600 andere organisaties in jouw sector.
Wil je het volledige rapport met alle data, interviews en interventies? Download de Staat van Circulair Ondernemen 2026.