Staat van Circulair Ondernemen 2026
Dit rapport brengt de circulaire volwassenheid van Nederlandse organisaties in kaart. Op basis van 1.049 invullingen van de Circulaire Volwassenheidsmeting (CVM) en interviews met publieke en private organisaties. Het is de tweede editie, gepubliceerd door Route Circulair in samenwerking met Hogeschool Utrecht en Technische Universiteit Eindhoven.
Op 19 maart 2026 ontving Koningin Máxima het rapport tijdens het Congres Circulair Ondernemen in Utrecht.
TLDR:
Circulariteit verschuift. Van idealisme naar economische logica. Van ecologische ambitie naar strategisch instrument. Dat is de rode draad door de Staat van Circulair Ondernemen 2026.
Grotere organisaties worden vaker gedreven door wet- en regelgeving. Kleinere organisaties handelen vaker vanuit intrinsieke motivatie. Kostenbesparing en grondstofefficiëntie spelen voor beide een rol, ongeacht de omvang.
De vier hoofdconclusies
1. Van ecologische ambitie naar economische noodzaak
De urgentie verschuift. Leveringszekerheid, grondstofschaarste, kostenbeheersing en risicoreductie worden de primaire redenen om met circulariteit aan de slag te gaan. De CVM-data bevestigt dit: economische en geopolitieke motieven worden steeds prominenter.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat noemt het circulair maken van Nederland “een economische no brainer.” En de Europese Rekenkamer waarschuwde in februari 2026 voor reële tekorten aan kritieke grondstoffen en grote afhankelijkheden van andere landen.
2. Stijgende volwassenheid, beperkte executie
De gemiddelde circulaire volwassenheid steeg naar 2,86 op een schaal van 5. Dat is +3% ten opzichte van 2024 (toen was het 2,77).
Groei zit vooral in strategie (+8,9%) en product en dienst (+8,6%). Maar op twee punten scoren organisaties structureel lager dan gemiddeld: het beschikken over een implementatieplan en het hebben van meetbare doelstellingen op circulariteit.
Ruim 80% geeft aan dat circulariteit op de strategische agenda staat. De vertaling naar concrete plannen en meetbare doelen hapert.
Communicatie (-1,1%) en ketensamenwerking (-0,7%) lieten juist een lichte daling zien. Dat laatste is opvallend, want ketensamenwerking is een voorwaarde voor opschaling.
3. Economische kansen erkend, systeemverandering nodig
Bedrijven zien de kansen. Maar ze lopen aan tegen barrières die ze als individuele organisatie niet kunnen wegnemen.
De top 5 barrières in 2025:
- Hoge investeringskosten of onzeker rendement (17%)
- Gebrek aan kennis en expertise (16%, +7,4% t.o.v. 2024)
- Belemmerende of onduidelijke wet- en regelgeving (14%, +3,8%)
- Weinig vraag van klanten (14%, -17,8%)
- Tijdgebrek en beperkte capaciteit (11%, -7%)
Twee dingen vallen op. “Gebrek aan kennis” stijgt fors. En “weinig vraag van klanten” daalt fors. De marktvraag lijkt dus toe te nemen, maar bedrijven weten onvoldoende hoe ze erop moeten inspelen.
4. Regio als motor van versnelling
Hoe ver organisaties komen, hangt sterk af van het regionale ecosysteem. Het Rijk geeft richting. Provincies verbinden. Gemeenten scheppen randvoorwaarden. Maar de uitvoeringskracht ontstaat in de regio, bij ondernemers en ketenpartners die elkaar dagelijks ontmoeten.
38% van de ondervraagden vindt dat hun gemeente actief ondersteunt op circulariteit. 19% weet het niet. Op provinciaal niveau: 33% zegt ja, 22% weet het niet, en circa een kwart vindt dat er te weinig ondersteuning is.
En er zit een blinde vlek. Van de ruim 4.300 circulair innovatieve bedrijven in Nederland heeft ongeveer een derde geen aansluiting bij innovatie-ecosystemen. Dat zijn vrijwel uitsluitend kleinere bedrijven (gemiddeld 15 fte, tegenover 99 fte bij aangesloten bedrijven). Het MKB vormt de ruggengraat van de economie, maar blijft onderbelicht.
De verschuiving in drijfveren
Dit is misschien het meest opvallende deel van het rapport.
De top 3 drijfveren in 2025:
- Interne overtuiging en missie (15,9%)
- Kostenbesparing en efficiënter grondstofgebruik (12,6%)
- Verbeteren van duurzaam imago en reputatie (12,6%)
Maar de verschuivingen ten opzichte van 2024 vertellen het echte verhaal:
- Kostenbesparing en efficiënter grondstofgebruik: +52%
- Nieuwe marktkansen en concurrentievoordeel: +60%
- Verbeteren van duurzaam imago en reputatie: +17%
- Interne overtuiging en missie: -5,9%
Grotere organisaties worden vaker gedreven door wet- en regelgeving. Kleinere organisaties handelen vaker vanuit intrinsieke motivatie. Kostenbesparing en grondstofefficiëntie spelen voor beide een rol, ongeacht de omvang.
Circulaire volwassenheid per thema
De CVM meet op meerdere thema’s. De drie grootste stijgers in 2025:
- Strategie: +8,9% — circulariteit wordt strategisch belangrijker
- Product en dienst: +8,6% — bedrijven werken aan levensduurverlenging en materiaalwaardebehoud
- Business model: +6,8% — verdienmodellen krijgen meer aandacht
De twee dalers:
- Communicatie: -1,1% — lichte daling
- Ketensamenwerking: -0,7% — opvallend, want juist ketensamenwerking is nodig voor opschaling
Binnen product en dienst zijn bedrijven actief bezig met slimmer gebruik, levensduurverlenging en het nuttig toepassen van materialen aan het einde van de levensduur. Maar de omzetpotentie wordt nog onvoldoende benut. Circulaire omzet blijft structureel achter.
Vijf interventies voor versnelling
Het rapport doet concrete aanbevelingen op drie niveaus.
Nationaal:
Interventie 1: Integreer circulair rendement in nationaal beleid. Nationale doelen richten zich nu op materiaalreductie. De aanbeveling: voeg financiële KPI’s toe voor circulaire waardecreatie. Zodat circulariteit een economische voorwaarde wordt. Het Global Circularity Protocol (GCP) biedt hiervoor een gestandaardiseerde methodiek.
Regionaal:
Interventie 2: Vertaal nationaal beleid naar regionale uitvoerbaarheid. De regio moet landelijke doelstellingen duiden in relatie tot de eigen economische structuur en sectorale sterktes. En expliciet signaleren wanneer landelijke kaders botsen met de praktijk.
Interventie 3: Regisseer het circulair ondernemersmilieu. Schep de randvoorwaarden: fysieke ruimte voor retourlogistiek, demontage en verwerking. Verbind ketenpartners. Bundel initiatieven. (Er zijn 140 afzonderlijke CE-initiatieven geïdentificeerd in Nederland. Die versnippering werkt averechts.)
Interventie 4: Benut (inter)regionale samenwerking als kennis- en beleidsmechanisme. Waardeketens stoppen niet bij regiogrenzen. Door kennis en ervaringen systematisch te delen tussen regio’s, ontstaat schaal.
Organisatieniveau:
Interventie 5: Veranker circulariteit door ambities te vertalen naar bedrijfsspecifieke KPI’s en implementatieplannen. De data is duidelijk: bedrijven zien de kansen, maar missen de vertaling naar meetbare doelen en concrete plannen. Dat is waar de winst zit.
Over het rapport
Titel: Staat van Circulair Ondernemen 2026
Auteurs: Krista Smit en Rowie Pape (Route Circulair), Arjen Wierikx (Hogeschool Utrecht en Technische Universiteit Eindhoven)
Databasis: 1.049 invullingen van de Circulaire Volwassenheidsmeting (waarvan 538 uit 2025 en januari 2026)
Publicatiedatum: 19 maart 2026
Omvang: 42 pagina’s
Partners: Hogeschool Utrecht, Technische Universiteit Eindhoven, Gemeente Tilburg
Mede mogelijk gemaakt door: LINCIT (TKI Dinalog en Topsector Logistiek, gefinancierd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat)Referentie: Smit, K., Pape, R., & Wierikx, A. A. C. M. (2026). Staat van Circulair Ondernemen.
Download het rapport
De Staat van Circulair Ondernemen 2026 is beschikbaar als PDF (42 pagina’s). Vul het formulier in en ontvang het rapport per e-mail.
→ Download de Staat van Circulair Ondernemen 2026

Meet je eigen circulaire volwassenheid
De Circulaire Volwassenheidsmeting (CVM) geeft je in 10 minuten inzicht in waar jouw organisatie staat. Je krijgt een score op een schaal van 0 tot 5, met benchmarking tegen meer dan 600 andere organisaties.
Het instrument is ontwikkeld door Route Circulair in samenwerking met Hogeschool Utrecht en Technische Universiteit Eindhoven, en vastgelegd in het proefschrift van Arjen Wierikx.