Actieagenda Circulair Ondernemen 2026: wat bedrijfsleven en overheid afspraken
Op 19 maart 2026 werkten 1.200 ondernemers, beleidsmakers en kennispartners aan 24 actietafels in de Werkspoorkathedraal in Utrecht. Het resultaat: een actieagenda met concrete interventies op nationaal, regionaal en bedrijfsniveau. Aangeboden aan minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei).
Geen beleidsnota. Een werkafspraak.
TLDR:
Op 19 maart 2026 stelden 1.200 ondernemers, beleidsmakers en kennispartners een actieagenda op voor de circulaire economie. Circulair ondernemen werkt, maar mist schaal. Drie acties maken het verschil: organiseer circulaire vraag, durf het eerste risico te dragen, en veranker de uitvoering in regio en praktijk. Aangevuld met vijf interventies uit de Staat van Circulair Ondernemen 2026.
De circulaire economie is te vergelijken met een wagen met vierkante wielen. Die rijdt wel, maar het kost veel stuwkracht. Doorbraken zijn nodig om die wielen rond te maken.
Waarom deze actieagenda er is
De praktijk laat zien dat circulair ondernemen werkt. In het hele land bouwen ondernemers, ketens en regio’s aan oplossingen. De techniek is er. De kennis is er. De wil is er.
Wat ontbreekt: acties die bepalen of circulair ondernemen de nieuwe standaard wordt, of afhankelijk blijft van voorlopers en losse initiatieven.
Na tien jaar beleid op de circulaire economie is duidelijk dat de circulaire economie werkt, maar onvoldoende schaal heeft ten opzichte van de lineaire economie. Om de volgende stap te zetten is het essentieel dat barrières weggenomen worden en lineaire opties steeds minder aantrekkelijk worden ten opzichte van het circulaire alternatief.
Versnelling ontstaat daarbij niet door méér initiatieven, maar door betere samenhang tussen beleid, regio en bedrijfsleven.
Drie acties om door te breken
De actieagenda richt zich op drie kernacties.
1. Organiseer zekerheid van circulaire vraag
Zonder structurele vraag blijft circulair ondernemen een niche. Opschaling begint bij afname.
Dat betekent:
- Langjarige en voorspelbare inkoop van circulaire producten en materialen
- Concrete afnamegaranties, publiek en privaat
- Normering en bijmengverplichtingen waar nodig
- Grote opdrachtgevers die expliciet kiezen voor circulair
- Circulariteit beoordelen in plaats van sturen op laagste prijs
- Werken vanuit total cost of ownership in plaats van aanschafprijs
Zolang vraag vrijblijvend blijft, blijft opschaling uit.
2. Richt een systeem in dat risico’s durft te dragen
Tussen pilot en opschaling vallen projecten stil. Het risico landt nergens.
FOAK-projecten (First-of-a-Kind) zijn technisch bewezen, maar nog niet commercieel opgeschaald. Sluit financiering daar niet op aan. Het risico blijft liggen tussen technologie, markt en beleid. Geen enkele partij kan het volledig dragen, en er is te weinig zekerheid over prestaties, afzet en regelgeving.
Wat nodig is:
- Gerichte instrumenten voor FOAK-projecten
- Publieke risicodeling op de eerste schaalstappen
- Financiering die kijkt naar levensduur en restwaarde
- Offtake-afspraken die financiering werkbaar maken
- Publieke middelen inzetten als hefboom voor private investeringen
- Betere toegang tot financiering voor het MKB
Zolang niemand het eerste risico neemt, gebeurt er weinig op schaal.
3. Veranker uitvoering in regio en praktijk
De circulaire economie wordt gebouwd in de praktijk. In regio’s en ketens werken ondernemers al samen aan oplossingen. Maar die beweging krijgt onvoldoende ruimte.
Wat nodig is:
- Regionale ecosystemen als uitvoeringskracht
- Overheid die eerder aansluit, vóór vergunningen en aanbestedingen vastliggen
- Ruimte in regelgeving voor wat al werkt
- Sterkere organisatie van ketens, van materiaal tot markt
- Regionale samenwerking als basis voor opschaling
- Het bundelen van initiatieven tot nationale richting
Zolang de praktijk zich moet aanpassen aan het systeem, blijft groei beperkt.
Zes doorbraken die nodig zijn voor opschaling
Uit alle gesprekken, actietafels en sessies destilleerde het congres zes doorbraken. Per thema: waar staan we nu, en wat moet er veranderen.
Financiering
Nu: Versnipperde financiering en onvoldoende risicoverdeling. Het multiplier-effect wordt niet benut.
Doorbraak: Een completer financieringslandschap, met maatregelen om vroege fase financiering door private investeerders werkbaar te maken.
Ketens en grondstoffen
Nu: Vraag en aanbod vinden elkaar niet op tijd.
Doorbraak: Georganiseerde ketens met afspraken over kwaliteit, beschikbaarheid en gebruik.
Bouw en fysieke omgeving
Nu: Projecten ingericht als traditionele bouw.
Doorbraak: Ontwerpen en bouwen vanuit een gedigitaliseerde keten met minder faalkosten, waarbij hergebruik in de gebruiksfase mogelijk is en biobased en herbruikbare materialen de standaard worden.
Ondernemerschap en opschaling
Nu: Oplossingen blijven hangen in pilots.
Doorbraak: Verbonden proposities met toegang tot markt en financiering. Commitment vanuit afnemers voor de lange termijn.
Publieke randvoorwaarden
Nu: Regels en procedures sluiten niet aan.
Doorbraak: Meer onderling vertrouwen en inzet om onnodige bureaucratie te doorbreken. Circulaire inkoop die oplossingen versnelt.
Regionale ecosystemen en talent
Nu: Ketenverandering ontstaat vanuit de praktijk. Werk en mensen vinden elkaar niet vanzelf.
Doorbraak: Regionale publiek-private samenwerking met mandaat voor ketenaanpassingen. Verbonden systemen waarin werk, opleiding en begeleiding samenkomen.
Vijf interventies uit de Staat van Circulair Ondernemen
Naast de actieagenda van het congres presenteert de Staat van Circulair Ondernemen 2026 vijf interventies op drie niveaus. Ze vullen de actieagenda aan met een analytisch kader.
Nationaal niveau
Interventie 1: Integreer circulair rendement in nationaal beleid. Nationale doelen richten zich nu op materiaalreductie (minder verbruik, meer recycling, meer biogrondstoffen). De aanbeveling: voeg financiële KPI’s toe voor circulaire waardecreatie. Zodat circulariteit een economische voorwaarde wordt, en beleid ook de waardekant aanspreekt. Het Global Circularity Protocol biedt hiervoor een gestandaardiseerde methodiek.
Door te werken met een coalition of the willing van koplopers, kunnen per keten en productgroep doelen worden gesteld die passen in de bedrijfscontext. Dat creëert draagvlak en maakt betrokken organisaties tot katalysator in hun eigen waardeketen.
Regionaal niveau
Interventie 2: Vertaal nationaal beleid naar regionale uitvoerbaarheid. De regio moet landelijke doelstellingen duiden in relatie tot de eigen economische structuur en sectorale sterktes. En expliciet signaleren wanneer landelijke kaders botsen met de praktijk. Zonder die tweerichtingsverbinding ontstaat stapeling aan de bovenkant en frictie aan de onderkant.
Interventie 3: Regisseer het circulair ondernemersmilieu. Circulariteit vraagt om fysieke ruimte: voor retourlogistiek, demontage, opslag en verwerking. Een regio die haar ondernemersmilieu integraal benadert, verbindt ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling aan circulaire doelstellingen. Door ketenpartners te verbinden en initiatieven te bundelen, schep je de randvoorwaarden.
Interventie 4: Benut (inter)regionale samenwerking als kennis- en beleidsmechanisme. Waardeketens en grondstofstromen overschrijden regiogrenzen. Door kennis en ervaringen systematisch te delen en succesvolle aanpakken interregionaal te verspreiden, ontstaat schaal. Regionale Ontwikkelmaatschappijen spelen hierin een verbindende rol: zij vertalen beleid naar uitvoerbare programma’s en mobiliseren coalities.
Organisatieniveau
Interventie 5: Veranker circulariteit door ambities te vertalen naar bedrijfsspecifieke KPI’s en implementatieplannen. De data is duidelijk: bedrijven zien de kansen, maar missen de vertaling naar meetbare doelen en concrete plannen. Circulaire strategieën geven richting, maar de scores op implementatieplannen en meetbare doelstellingen liggen structureel lager dan de gemiddelde volwassenheid. Daar zit de winst.
Wat dit betekent per doelgroep
Als je een MKB-ondernemer bent
De actieagenda vraagt om actie op bedrijfsniveau: vertaal je circulaire ambitie naar meetbare KPI’s en een implementatieplan. Kijk waar in je bedrijf de meeste materiaalwaarde verloren gaat. En zoek actief ketensamenwerking op, want circulaire businessmodellen werken zelden in isolatie.
Begin met de Circulaire Volwassenheidsmeting om te weten waar je staat.
Start de gratis CVM →
Als je bij een gemeente of provincie werkt
De actieagenda vraagt om drie dingen: eerder aansluiten bij ondernemersinitiatieven (vóór vergunningen vastliggen), ruimtelijke randvoorwaarden scheppen (fysieke ruimte voor circulaire activiteiten), en een verbindende rol pakken tussen nationaal beleid en lokale praktijk.
38% van de ondervraagde bedrijven vindt dat hun gemeente actief ondersteunt op circulariteit. 19% weet het niet. Daar zit ruimte.
Als je sustainability manager bent
De actieagenda bevestigt wat je waarschijnlijk al ervaart: de visie is er, de uitvoering hapert. De interventies geven je munitie om intern het gesprek te voeren. Gebruik de data (CVM-score 2,86/5, implementatieplan structureel lager, omzet achterblijvend) om de businesscase te onderbouwen.